“Shit 1-1, ik had 0-1.”

“Ruud, het gaat niet meer.”

“Nee, ik zie het. Ik zak steeds verder weg in de pool.”

“Dat bedoel ik niet Ruud…”

“Als de wedstrijden morgen niet allebei in 2-1 eindigen, kom ik op de laatste plek.”

“Ruuhuud, kun je even ophouden over dat kutvoetbal misschien?”

“Wat is er nou?”

“Ik probeer je wat te vertellen.”

“Ik luister.”

“Ik wil niet meer tegen je liegen.”

“Je bent niet echt Johans nichtje?”

“Ik ben serieus Ruud… Ik ben verliefd op iemand anders.”

“Wat? Op wie?”

“Doet dat er toe? We hebben geen toekomst samen Ruud. We zien elkaar amper.”

“Wie is het Estelle, ik mep hem helemaal in elkaar.”

“Dat lijkt me niet verstandig.”

“Waarom niet?”

“Ken je Badr Hari? De kickbokser?”

“Kut… Waarom?”

“Het gebeurde gewoon. Het spijt me Ruud.”

“Ach Es, ergens snap ik het ook wel. Zo’n jonge gespierde knaap. Hij had mijn zoon kunnen zijn.”

“Ben je niet boos dan?”

“Boos? Meer teleurgesteld eigenlijk. Boos ben ik op Bert van Marwijk en Robin van Persie. En op Van der Wiel. En Heitinga. Die jongens hebben geen passie.”

“Hoe kun je nu over voetbal praten? Ons huwelijk staat op knappen.”

“Daar kan ik niks aan doen. Ik ben niet degene die zich uit elkaar laat trekken door een jonge kickbokser.”

“Wat ben jij een onverschillige zak zeg.”

“Ik ben niet onverschillig, ik ben gewoon teleurgesteld. Hoe oud is dat knaapje eigenlijk?”

“Zevenentwintig.”

“Grappig.”

“Wat?”

“Toen zijn moeder z’n luier verschoonde, had ik al een grote hit. South Africa, wat een hit hè.”

“Prachtig Ruud. Maar zeg nou eerlijk. We leven toch al jaren langs elkaar heen. Heb jij er nog vertrouwen in dan?”

“Weinig. Die Portugezen rollen we echt niet zomaar op. Als die Ronaldo het op zijn heupen krijgt, zijn we de sjaak. Heb je het daar trouwens wel eens mee gedaan? Best een lekker joch hoor. Gespierd, haartjes altijd gekamd. Past beter bij je dan zo’n baasje van de straat.”

“Je bent een zak. Ik ga.”

“Estelle, wacht. Nog één ding.”

“Ja…”

“Houdt ie z’n bokshandschoenen aan tijdens het neuken?”

“Dag Ruud.”