Ieder jaar verbaas ik me weer over hoeveel mensen winterbanden onder hun auto laten zetten. Collega’s, buren, zelfs in mijn eigen vriendenkring kom ik ze tegen. De overeenkomst? Deze mensen hebben allemaal een steekje los. Winterbanden zijn eigenlijk net als bladblazers. Totale onzin dus.

Vooral als de voordelen van winterbanden op tafel komen, moet ik altijd erg lachen. Neem nou deze: ‘Als je winterbanden gebruikt, slijten in die periode je zomerbanden niet.’ Mensen die dat echt vinden, kopen vast alles dubbel. ‘Waarom heb je twee wasmachines?’ ‘Nou, als ik de ene maand de linker gebruik en de andere maand de rechter, gaan ze langer mee.’

Een ander voordeel van winterbanden zou zijn dat je harder kunt rijden in de sneeuw. Dat klopt. Als ik met sneeuw op de snelweg zit, word ik vaak ingehaald. Die mensen zijn zeker vijf minuten eerder thuis dan ik. Misschien wel zes! Als ze tenminste niet tegen de vangrail klappen omdat hun winterbanden ze een vals gevoel van veiligheid geven. Laat mij tijdens die sneeuwdagen (welke sneeuwdagen?) maar lekker als een omaatje rijden.

Tot slot deze: ‘Als je geen winterbanden hebt, glij je in de winter alle kanten op.’ Maar als dat echt zo is, kun je natuurlijk gewoon niet autorijden. Bij sneeuw moet je je aanpassen aan de omstandigheden. Rustig door de bochten, afstand houden, snelheid omlaag, eerder remmen. Wist je trouwens dat veel winterbanden tijdens een nat wegdek minder grip hebben dan gewone banden? En wat doet het vaker in Nederland: regenen of sneeuwen?

Winterbanden in Nederland zijn net zo handig als korte broeken op de Noordpool. Heb je ze toch onder je auto zitten, dan ben je er mooi ingetrapt. In die slimme marketingtrucjes van de bandenfabrikanten. Mijn tip: verkoop dat onzinnige rubber en ga met dat geld wat nuttigs doen.