Het is zondag. Er ligt een halve meter sneeuw en we mogen van de ANWB niet de weg op als het niet per se hoeft. Ik moest vandaag wel per se en daar kreeg ik eigenlijk meteen spijt van. Zeker ook omdat ik principieel tegen winterbanden ben. Soms zitten mijn principes mij lelijk in de weg.

Het ergste is nog dat het morgen maandag is. Niet dat ik iets tegen maandagen heb, maar wel als ik opnieuw per se de weg op moet terwijl dat eigenlijk niet de bedoeling is. Morgen is er een verkeersinfarct. Een code rood. Een verschrikkelijke sneeuwstorm. Het wordt een recordfile, een horrorspits. En Rick Evers moet om 9 uur in Utrecht zijn.

Op zich ben ik een optimistische man. Maar er zijn wel grenzen. Sterker nog, als ik morgen om 9 uur in Utrecht ben, krijgt iedere lezer van deze column honderd euro. Ja, stuur maar door. Deel hem gerust. Mij maak je niet bang. Ik ga namelijk met de trein. En dat lijkt een slimme keus. Maar eigenlijk weet ik al dat ik er spijt van ga krijgen.

Iedere keer als ik met de trein reis, neem ik me voor dat nooit meer te doen. Mensen die dagelijks met de trein reizen, zeggen dat het allemaal best meevalt, maar mijn trein heeft altijd vertraging. Honderd van de honderd keer. Dus morgen is de bovenleiding vastgevroren, of er is een sein- en wisselstoring, of de machinist heeft zich vreselijk verslapen.

Cursusdag in Utrecht. ’s ochtends om 9 uur aanwezig, ’s middags om half 5 terug naar huis. Hoe moeilijk kan het zijn? U hoort van mij. Of niet. Dan ben ik ergens ingesneeuwd. In een groot geel voertuig tussen Apeldoorn en Utrecht of andersom. Ik was nog zo gewaarschuwd. Code rood zeiden ze. En een aangepaste dienstregeling. Maar ik moet per se.

Advertenties