Soms zat ik ineens op de verkeerde weghelft. Of met de rechterkant van de auto in de berm. Ook heb ik wel eens zo hard op de rem moeten trappen dat de boodschappen door de hele auto heen vlogen. Dan had ik ineens een pak vruchtenyoghurt kers rode bes in mijn nek. Waarschuwingen genoeg dus.

Toch bleef ik het gewoon doen. Net als 89 procent van alle Nederlanders greep ik regelmatig naar mijn telefoon tijdens het rijden. Een rood eentje bij het Facebook-logo, toch even kijken. En dat nieuwe appje moet toch even beantwoord worden met een icoontje van een aap die zijn handen voor zijn ogen houdt. Of een plaatje van een drol.

Of dat tijdens het rijden moet? Nee. Sterker nog, het hoeft helemaal niet. Als ik drie dagen niet op mijn telefoon kijk, mis ik niets. Terwijl ik juist wel veel mis door het kijken op mijn telefoon. Een roodborstje in de tuin, een glimlach van mijn zoontje. Of het verkeer dat voor mij ineens stil staat. Meestal gaat het goed. Meestal.

Vorige week zag ik een keihard filmpje van Interpolis waarbij mensen al rommelend met hun telefoon een testparcours moeten afleggen. Ze botsen uiteraard tegen kartonnen dozen en auto’s van piepschuim. Na afloop gaan ze in gesprek met Koen. Die klooide met zijn carkit en knalde tegen een echte stilstaande auto waarbij een kind om het leven kwam.

De mensen in de commercieel werden er stil van. Net als ik. Het is klaar nu. Jaarlijks vallen er 600 doden en zwaargewonden doordat iemand zat te bellen of te appen en ik wil daar niks mee te maken hebben. Er komt heus weer een tijd dat ik opnieuw met mijn stomme mobieltje in de hand in de auto zit. Maar niet voordat ik in een zelfrijdende auto zit.

Advertenties