Op maandag ontbeet ik met een bakje magere kwark met gemalen komijnzaden en een halve kiwi. Als lunch een speltcracker met twee plakjes komkommer en als avondeten een lichte pasta met een handje granaatappelpitjes. Voor het sporten nam ik een halve banaan en na het sporten de andere helft met een eiwitshake.

In Grazia las ik het weekmenu van iemand die graag in topconditie wilde zijn voor de zomer. ‘Het weekmenu voor een killer-body’, stond er boven het artikel. Wat de dame in kwestie de andere dagen van de week at, zal ik u besparen, maar de woorden zaadjes, pitjes en besjes kwamen er zo vaak in voor, dat de gemiddelde koolmees er stikjaloers op zou worden.

Ik heb me er altijd al over verwonderd. Mensen die alles over hebben voor een killer-body. Je moet namelijk niet alleen zeven dagen in de week vreemde gerechten met kwark, nootjes en lijnzaadolie eten, je mag ook geen alcohol. Geen ijskoud biertje als je thuiskomt, geen lekker droog wijntje bij het eten. Water kun je krijgen. Of een glas met een vies aftreksel van een onbekende vrucht die meestal begint met een g of een q.

Verder moet je natuurlijk de sportschool in. En niet twee keer lafjes aan een paar gewichten trekken, maar zeker vier, vijf keer per week een uur lang verschillende spiergroepen trainen. Squats, dips, push ups, zweten, afzien. En op de dagen dat je niet de sportschool bent, moet je natuurlijk hardlopen. 

Het uiteindelijke resultaat zal ongetwijfeld prachtig zijn. Mannen met een sixpack, vrouwen met een strak kontje. Maar stel nou dat je vanaf oktober vorig jaar getraind hebt. Maandenlang heb je de traktatie op je werk laten staan omdat je chiazaadjes moest eten. En dan ineens staat de Nederlandse zomer voor de deur. Daar sta je dan. Met je killer-body voor het raam. Buiten naar de regen te kijken. Jammer joh.

Advertenties