Steeds vaker laat ik mijn haar knippen door een Turkse kapper. Naar de kapper gaan is niet mijn hobby, maar sinds ik naar de Turk ga heb ik er een stuk meer plezier in. Het is niet alleen spotgoedkoop, het is een ware belevenis.

Hicabi en Mustafa hebben een gezellige herenkapsalon waar het een komen en gaan van mensen is. Je weet nooit precies wie van alle aanwezigen geknipt moet worden, wie al klaar is en wie voor de gezelligheid komt. Zo liep ik er gisteren naar binnen, waren er zeker dertig man in de zaak, maar was ik toch binnen vijf minuten aan de beurt. Heerlijk.

Net als de muziek die uit de speakers schalt, is de voertaal van de aanwezigen Turks. En ook dat is genieten. Ik kan namelijk slecht tegen die prietpraat van Nederlandse kappers. Of ik een dagje vrij ben, of ik nog vakantieplannen heb en dat het zulk mooi of slecht weer is. Nee, dan Hicabi en Mustafa. Die bemoeien zich niet met mij, maar lullen lekker in het Turks tegen elkaar of tegen de andere dertig aanwezigen.

Regelmatig gaat tijdens mijn knipbeurt het mobieltje van de kapper af. Hij neemt dan op, staat tien minuten in het Turks te schelden en pakt dan net zo vrolijk de schaar en kam weer ter hand. Tussendoor beantwoordt hij ook nog twaalf appjes, komt zijn vrouw langs met een tas vol groente en fruit en vraagt hij mij of mijn wenkbrauwen ook bijgeknipt moeten worden.

Het is ogenschijnlijk één grote chaos bij Hicabi en Mustafa, maar toch loop ik altijd met een glimlach naar buiten. Ik ben superstrak geknipt, uitermate vriendelijk behandeld, heb geen oppervlakkige kletspaatjes hoeven houden, geen koude cappuccino hoeven drinken en aan zegels, stempels of klantenpassen hebben ze een broertje dood. Knippen, laat dat maar aan de Turken over!

Advertenties