“Het zijn gewoon smerige aasgieren”, zei de ene man tegen de andere man op straat. Hij knikte met zijn hoofd in de richting van de menigte voor de ingang van V&D. “Allemaal mensen die nooit een stap binnen hebben gezet en nu het bijna gratis is, zijn ze er als de kippen bij.”

Een beetje gelijk had de man natuurlijk wel, maar ik liet me er niet door van de wijs brengen en ging vrolijk naar binnen. Ik was namelijk ook zo’n smerige aasgier. Het half uurtje pauze op mijn werk leek me een prima gelegenheid om nieuwe sokken en een leren portemonnee te scoren. Het liep allemaal iets anders.

Eigenlijk wilde ik het liefst meteen weer omdraaien toen ik binnen was. De eens zo keurige V&D zag eruit als een tienerkamer waarvan moeder al drie keer tegen haar opstandige dochter heeft gezegd dat ze hem moet opruimen. Spullen, mensen, zweet, het was een chaos. Toch besloot ik door te zetten. Op zoek naar koopjes. Je bent een aasgier of je bent het niet.

Het gekke was, dat alles nog niet eens zo heel erg goedkoop was. Kortingen van 20, 25 procent, de meeste mensen komen voor zulke percentages hun bed niet uit, maar bij V&D is alles anders. De uitverkoop heeft een ongekende aantrekkingskracht op mensen. Een gevoel van ‘als ik er niet bij bent, mis ik iets’. En ik had natuurlijk gewoon sokken nodig.

Ik denk dat ik tijdens het wachten in de rij wel duizend keer heb overwogen om de sokken op de grond te smijten en gewoon weg te lopen. Helemaal toen ik ook nog ruzie kreeg met een vrouw die mij beschuldigde van voordringen. Ik was er klaar mee. Maar als je weggaat, heb je al die tijd voor niets staan wachten. Dus heb ik er uiteindelijk een uur gestaan. Achteraf gezien het meest nutteloze uur van mijn leven. Maar ja, dat is blijkbaar het lot van een aasgier.

Advertenties