De laatste jaren gaan wij op vakantie met een vouwwagen. Zo’n aanhanger met een tent erop. De eerste klus bij aankomst is altijd het waterpas stellen van zo’n ding. Als ‘ie niet helemaal horizontaal staat, slaap je namelijk niet fijn. Of je rolt naar elkaar toe of je ligt achterover waardoor het bloed naar je hoofd stroomt. Of allebei als je pech hebt. Het waterpas stellen van de vouwwagen, met name het slaapgedeelte, is dus een belangrijke klus die ik zeer serieus neem.

Dit stukje gaat over een persoonlijke frustratie. Radeloosheid trouwens ook. Ik weet namelijk niet hoe ze het ieder jaar voor elkaar krijgt, maar ze krijgt het ieder jaar voor elkaar. Soms duurt het drie dagen, een andere keer vijf en als ik geluk heb een week. Maar er is werkelijk nog geen vakantie voorbij gegaan, GEEN ÉÉN VAKANTIE, waarbij mijn vrouw op een bepaald moment zegt: ‘Rick, ik wil niet vervelend doen, maar ik rol ’s nachts steeds naar jou toe.’ En ja, de bijpassende grap over mijn aantrekkingskracht heb ik uiteraard al eens gemaakt.

In het begin dacht ik nog dat ze zich liep aan te stellen. Dat de nieuwigheid na een paar dagen van de vakantie af was en dat ze dan dingen ging zoeken om over te zeuren. Inmiddels weet ik dat ze gelijk heeft, want ik pak de waterpas er steeds bij. Het luchtbelletje zit na een paar dagen inderdaad niet meer tussen de twee streepjes. Hoe het komt, is mij een raadsel. Als we vrijen in de vouwwagen doen we dat met beleid, dus de pootjes zakken niet in de grond. Bovendien liggen er houten plankjes onder, dus je moet het neuktechnisch wel heel bont maken, willen de pootjes in de grond zakken.

Een andere theorie is dat ik na veertien uur autorijden zo scheel kijk dat ik bij aankomst niet meer kan zien wat waterpas is. Dit verhaal kan echter de prullenbak in, want we zijn nu in Denemarken. Dat is – in tegenstelling tot zuid Frankrijk – bijna naast de deur. Ik was zo fris als een hoentje toen we aankwamen. Nog een andere theorie is dat buren gaan lopen rommelen aan onze bedjes als wij boodschappen aan het doen zijn. Om te klieren. Maar het zou wel heel toevallig zijn als we op iedere vakantie buren hebben die dat doen.

We gaan er niet uitkomen. Het verhaal van de waterpas zal pas ophouden als ons huwelijk strandt of als we de vouwwagen de deur uit doen. Op dit moment – we zitten op dag twaalf van onze vakantie – durf ik geen uitspraken te doen over welke optie realistischer is. En tot die tijd blijven we maar zachtjes vrijen.

Advertenties