Waar moet je over schrijven in een week waarin twee jongetjes spoorloos zijn verdwenen? Iedereen weet waar het over gaat als je praat over ‘de twee broertjes’. Ik moet er vaak aan denken. Misschien omdat ik zelf vader ben van twee kinderen. Ik ben ze ook wel eens kwijt geweest. Meerdere keren zelfs. Langer dan twee minuten heeft het niet geduurd, maar de paniek is al snel groot.

De broertjes zijn iedere dag nieuws. Slecht nieuws, want elk uur dat voorbijgaat, wordt de kans dat de jongens nog leven kleiner en kleiner. En toch zie ik ze in gedachten bij elkaar zitten in het bos. Trillend, maar levend. Angst door wat ze gezien hebben, houden ze zich verscholen in een soort vossenhol of onder een holle boom. Ze hadden als echte broers meestal ruzie, maar nu hebben ze steun aan elkaar. Naar boven, naar de boze buitenwereld, durven ze niet meer.

Het is een naïeve gedachte die waarschijnlijk gevoed wordt door flarden uit boeken die ik ooit las en films die ik ooit zag. Thrillers op papier en beeld die bijna altijd goed aflopen. En zelfs als ze niet goed eindigen, blijft het een verhaal. Verzonnen door een creatieve geest en bedoeld om de lezer of kijker te vermaken. Hoe contrasterend is echter de werkelijkheid. Geen werk van een creatieve, maar van een zieke geest.

Wat is er in godsnaam met die broertjes gebeurd? Heel Nederland wil het weten. We zoeken mee en treuren mee. Ondertussen bedankt de moeder op Facebook iedereen die op zoek is naar ‘haar kleine mannetjes’. Haar woordkeuze maakt het nog hartverscheurender. Kleine mannetjes die haar morgen geen ontbijt op bed geven. Geen zelfgemaakte knutselwerkjes waar ze op school weken aan gewerkt hebben. Moederdag was voor haar nog nooit zo leeg.

Waar moet je over schrijven in een week waarin twee jongetjes spoorloos zijn verdwenen? Iedereen weet waar het over gaat als je praat over ‘de twee broertjes’. Ik moet er vaak aan denken. Kinderen geven je het allergrootste geluk in het leven, maar ook het allergrootste verdriet.