Het is kermis in Raalte. De kinderen zeuren al dagen aan mijn kop. Ze willen eendjes vangen. Ik ging vroeger altijd horloges vangen. Dan kreeg ik een paar guldens van mijn ouders voor de grijpautomaten. Uren zat ik te turen naar de glazen bakken vol kitscherige klokkies. Goed opletten welke grijpers helemaal dicht gingen. Soms had je geluk in het spel en bleef er een Casio hangen. Boven de opvangbak ging de grijparm open en kletterde je nieuwe Chinese klokje keihard naar beneden. Met een beetje mazzel deed het kreng het nog een uur.

Tegenwoordig zitten er vooral knuffels in die bakken. Hello Kitty-poppetjes die zo dicht op elkaar gepropt zitten, dat de grijparm er nooit tussen kan. Of ze zijn een halve meter ingegraven. Of Smurfen die zo groot zijn dat ze helemaal niet in die opvangbak passen. Kinderen zien dat niet. Die zien mooie knuffels en weten dat pappa geld op zak heeft. Het uitdagen begint. ‘Jij kunt dat toch wel pappa? Jij kunt toch alles?’ Mijn dochter heeft een apenknuffel die me zesentachtig euro heeft gekost. Bij de olifant van mijn zoon was ik vierenvijftig euro kwijt. En ik zag heus wel dat die grijparm niet goed dichtging. Maar als je er iets van zegt tegen die met goud behangen kermisklant, slaat ie je hersens dwars door de glasplaat heen.

Nee, op de kermis krijg je niet echt waar voor je geld. Er hangen wel mooie spullen, maar die kun je nooit winnen. ‘Tuurlijk wel meneer, u moet gewoon met drie ballen alle blikjes van de plank gooien. Dan mag u uitzoeken.’ Ik trap er niet meer in. Er blijft altijd minstens één blikje op de plank liggen. Al-tijd. Daarom gooi ik de laatste pittenzak altijd snoeihard in de ballen van die kermisknakker. Verwacht ie nooit. En dan keihard wegrennen. Je mist dan wel de troostprijs, maar wij kunnen thuis prima zonder plastic auto met scheefgeplakte stickers.

Als pappa dan genoeg lol heeft gehad, gaan we met de kinderen eendjes vangen. Altijd prijs staat er bij de kraam, maar daar had net zo goed Altijd prijzig kunnen staan. Voor zeven euro moeten ze een paar gekleurde eendjes uit het water vissen en dan mogen ze iets uitzoeken wat voor twee cent door Aziatische kinderhandjes in elkaar is geknutseld. Gelukkig weten onze kinderen inmiddels allang dat het rommel is. Mijn dochter zei de vorige keer: ‘doe mij maar iets van plastic meneer, want dat afval is gratis’.

Op de kermis word je genaaid, bestolen en vuil aangekeken. Je geld verdampt er sneller dan op een ING-rekening. Maar toch blijft het de kermis. De plek waar je als kleuter overdonderd wordt door de hoeveelheid speelgoed en zoetigheid en waar je als tiener flikflooit met meisjes in het spookhuis. Voor een puber is er niets lekkerder dan indruk maken bij de schiettent of het geld van je folderwijk inwisselen voor botsautomuntjes. Bovendien, wat moet je anders met je centen? Op de bank zetten?