“Dag Emile. Wat een prachtige tomaten.”
“Ha Yvon, ja mooi hè. De oogst is goed dit jaar.”
“En ik heb nog meer goed nieuws voor je.”
“Vertel.”
“Je hebt 24 brieven.”
“Wauw. Daar ben ik even stil van zeg. Dat is een fantastisch resultaat.”
“Je hebt er ook wel eens 34 gehad toch?”
“Jaa dat wel, maar 24 is prachtig hoor.”
“Er zit ook een Engelse bij. Kun je die lezen?”
“Haha, ik laat me niet gek maken hoor. Ik ben vroeger leraar geweest in Boxmeer.”
“Gelukkig. Nou succes met de selectie. Zoek tien leuke dames uit.”
“Doe ik Yvon. Houdoe en bedankt.”

“Hé Mark!”
“Yvon, leuk dat je er bent.”
“Dank je. En ik heb nogal wat bij me.”
“Ik zie het. Hoeveel brieven zijn dat wel niet?”
“32 Mark. Het meeste van allemaal.”
“Echt? Fantastisch. Hahaha.”
“Zullen we er eens een paar bekijken? Welke vind je leuk?”
“Tja, ik weet niet. Ze zijn allemaal leuk. Hahaha.”
“Heb je ooit een vriendin gehad?”
“Nou, wel eens scharrels, maar geen vaste relatie, hahaha.”
“Je bent toch geen homo Mark.”
“Hahaha, welnee zeg. Ik heb gewoon weinig tijd. Hahaha.”
“Niet liegen Mark.”
“Nee nee. Hahaha.”
“Ik hoop dat je hier wel tijd voor maakt, want je zit in het programma. Je mag tien vrouwen selecteren. Zet maar vast wat logeerbedden klaar in het torentje.”
“Hahaha. Doe ik. Tot snel Yvon.”

“Marianne? Marianne? MA-RI-AN-NE?”
“Jaja, sorry, ik hoorde je niet.”
“Nee, vind je het gek. Wat een beestenboel hier zeg.”
“Ja tuurlijk, je bent boerin of je bent het niet.”
“Ja maar hier lopen wel erg veel dieren hoor.”
“Mooi hè. En ze zijn me allemaal even lief.”
“Ik zie het. Wat een luxe stallen zeg. Dat kost een boel geld zeker?”
“Ach, mijn man heeft wat subsidies geregeld.”
“Tuurlijk. Enne… efficiënt is het allemaal ook niet hè. Er kunnen toch veel meer varkens in zo’n stal?”
“Dat kan, maar ik geef ze graag de ruimte. Zeg, heb je nog brieven voor me?”
“Ja. Er hebben drie hengsten interesse getoond.”
“Oké. Leuk.”
“Je zit helaas niet in het programma, maar bel gerust je drie schrijvers.”
“Doe ik, dag Yvon, tot ziens bij de reünie.”

“Hallo Geert.”
“Yvon, goed je te zien.”
“Ja? Vind je? Ik ben wel eens hartelijker ontvangen.”
“Hoezo?”
“Nou, ik werd twee keer gefouilleerd bij het hek en ze hebben mijn hele bus binnenstebuiten gekeerd.”
“Ja sorry Yvon, veiligheidsregels.”
“Het is niet helemaal de bedoeling van het programma. Twee mannen hebben trouwens meteen jouw 18 brieven meegenomen. Waarom is dat?”
“Die vrouwen worden allemaal gescreend Yvon.”
“Waarom Geert? Waarop?”
“Op hoofddoekjes, op eurofielie, op voorliefde voor Griekenland, zulk soort dingen.”
“Je bent een vreemde snuiter Geert. En wat ben je bruin trouwens.”
“Ja hè, ik ben in Griekenland geweest en heb daar lekker twee weken lang alles betaald met mijn eigen honderdguldenbriefjes. Ze namen het nog aan ook. Armoedzaaiers.”
“Sterk verhaal Geert. Maar welkom in het programma. Je zit bij de top vijf.”
“Heerlijk, straks twee vrouwtjes in bed met kereltje Wilders in het midden.”
“Dag Geert.”

“Diederik, wat lief. Een roos.”
“Natuurlijk, ik heb toch een rozenkwekerij.”
“Och ja, ik zie het. Wat een rozen zeg.”
“Rozen zijn prachtig. En iedereen, mevrouw Jaspers, zal dat met mij eens zijn.”
“Ongetwijfeld. Zeg Diederik, je bent populair hè?”
“In de peilingen gaat het goed.”
“Wat een diplomatiek antwoord. Ik heb ook veel brieven voor je.”
“Heel fijn, maar het gaat niet om mij hè. Ik wil een sterk en sociaal Nederland.”
“Nou doe je het weer Diederik. Het gaat wel om jou. Ik heb 31 brieven voor je.”
“Wat is dat voor gekras op sommige enveloppen?”
“Volgens mij waren die brieven eerst gericht aan Emile, maar dat is doorgekrast.”
“Top. Hey, ik ga samen met mijn kinderen alles bekijken. Had ik al verteld dat Benthe een handicap heeft? En dat ze onlangs haar zwemdiploma heeft gehaald?”
“Ja dat weten we. Tot snel Diederik.”

“Mevrouw Jaspers?”
“Ja, met wie spreek ik?”
“Met Jolande Sap.”
“Zegt me niets.”
“Tuurlijk wel. Jolande Sap… van GroenLinks.”
“Oh ja. Wat kan ik voor je doen?”
“Waarom ben je niet bij mij langs geweest?”
“Oeps sorry, vergeten. Maar trek het je niet aan. Niemand heeft het in de gaten.”