Het is de tijd van het jaar voor Bert. Onze jongens zijn bij elkaar en dan is Bert in zijn nopjes. Hij kijkt, gluurt, praat, schrijft en belt. Het is hard werken. De druk is hoog. Vanavond verwachten ze weer een leuk itempje van hem. Zijn vrouw verwacht intussen niets meer. Ze kent Bert al langer dan vandaag. Straks komt ie thuis en moet ze alles weer aanhoren.

Bert oefent vaak thuis. Dan houdt ie aan tafel de ketchupfles voor z’n mond en begint enthousiast tegen z’n vrouw te ratelen: “De training van vanmiddag was losjes. De internationals dolden wat en deden een rondootje. Mark van Bommel moest na twintig minuten hard lachen om een scheet van Nigel de Jong. Mark, wat gebeurde er precies?” “Nou, Nigel liet een scheet en dat doet ie eigenlijk zelden. Jaaa, lachen hoor. De sfeer in de ploeg zit er goed in.”

Zijn vrouw reageert nooit op de oefenteksten van Bert. Ze weet dat het te laat is om hem de waarheid te zeggen. Hij is al te ver van het padje af. Het is dat de NOS hem goed betaalt, anders had ze haar stoofpotje al lang voor iemand anders gekookt. Soms fantaseert ze ’s nachts van een stoere, gespierde voetballer. Ze zou zo graag eens liggen op de borstkas van Wesley. Of met haar voeten de kuiten van Dirk strelen. Dan kijkt ze weer naar haar Bert en valt ze snikkend in slaap.

Iedere ochtend, als Bert in de keuken zijn broodtrommeltje klaarmaakt, twijfelt ze of ze het moet vertellen. Dat het ons niets interesseert dat de derde doelman van Oranje tijdens de ochtendtraining om de twee meter pionnetjes op het veld zet. Vaak blijft ze vol meelij naar hem luisteren als ie onder het smeren zijn teksten nog even oefent. “Johnny Heitinga had tijdens de ochtendtraining een splinter in zijn duim. Johnny, hoe is het met je duim?”

Als de Volvo het grindpad af rijdt, besluit ze dat het zo niet langer kan. Ze houdt van hem, maar ze moet er gewoon even uit. “Hallo? Ja, u spreekt me mevrouw Maalderink. Heeft u nog een last minute? Maakt niet uit, als ik maar niet voor 1 juli terugben en graag buiten Europa. Nee, 1 persoon. Ja. Nu? Ja, prima. Ik pak meteen mijn spullen. Bedankt.” Voor Bert plakt ze een briefje op de ketchupfles: Lief, ik sta buitenspel tot 1 juli. Maak je geen zorgen. Als de ketchup op is, kun je ook met de mayo oefenen.