[ondertussen… in het Catshuis]

“Jongens, jullie raden nooit wie ik net aan de telefoon had?”

“Frits Wester?”

“Mis… Bill Gates.”

De Bill Gates?”

“Jazeker Maxime, de enige echte. Hij wil graag de gulden terug.”

“Echt?”

“Nee grapje Geert. Hij vroeg ons niet teveel te bezuinigen op ontwikkelingshulp.”

“Ja, daag. Laat Oom Dagobert lekker zelf zijn geld naar Afrika brengen.”

“Dat doet ie al Geert. En daar ziet hij dus dat ons geld hartstikke goed besteed wordt.”

“Aan het bouwen van nieuwe bodemloze putten zeker. Hou toch op man.”

“Geert, je zegt zomaar wat. Weet je hoeveel levens we daar redden met AIDS-medicijnen?”

“Mijn moeder zegt altijd ‘voorkomen is beter dan genezen’. Ze neuken daar als konijnen en wij mogen het weer oplossen.”

“Geert doe normaal. Dat kun je niet zeggen.”

“Doe zelf normaal. Als er weer zoveel geld naar ontwikkelingssamenwerking gaat, trekt de PVV de stekker uit dit kabinet.”

“Dat is de tekst van mevrouw Sap.”

“Bemoei je er niet mee Maxime, ik ben die weldoenerij echt zat. We hebben in Nederland onze eigen problemen. Wat heb je tegen Gates gezegd Mark?”

“Gewoon, dat ik het met jullie zou bespreken.”

“Nou, mijn standpunt ken je. Wat denk jij Maxime?”

“Ik zat te denken aan die reclame van Sanibroyeur. Zouden er echt mensen zijn die zo’n ding hebben?”

“Wat heeft dat ermee te maken?”

“Niets, maar het schoot me te binnen. Zullen we eerst een rookpauze doen?”

“Goed plan.”