John houdt niet eens zo heel erg van voetbal. Hij heeft gewoon een gruwelijke hekel aan verliezen. Zijn vrouw plaagt hem nog regelmatig door overal het Talpa logo in huis te laten verschijnen. Dan maakt ze ‘s avonds een kaasplankje en legt ze de tien blokjes heel strategisch neer. Ook heeft ze een keer een henna-tattoo op haar buik laten zetten. Negen stipjes waren genoeg. Vlak boven de navel.
John is een winnaarstype. Toen the Voice een succes bleek, heeft ie z’n vrouw teruggepakt. Iedere stoel in huis kreeg een draaimechanisme waar alleen hij de afstandsbediening van had. Als zij dan een te lang verhaal afstak, of niet lekker gekookt had, draaide hij gewoon de stoel om. Lekker klieren.
Ze vond het niet erg. Door the Voice kreeg ze haar oude John terug. Ze herkende hem nog uit het Big Brother tijdperk. Succes maakte van John een aantrekkelijke man. Macht erotiseert. In bed bedachten ze samen oneliners die Roel op vrijdagavond mocht brengen. Het was weer ouderwets gezellig in huis. En zo kwam het dat John op een dag zei: “schat, ik ga er weer voor”. Ze wist meteen dat het over voetbal ging.
Bij de NOS weten ze het ook. In 2013 zijn ze het voetbal kwijt. Dan heeft John ons allemaal zover gekregen dat we met plezier op zijn campingzender afstemmen. Iedere zondag om zeven uur. Dat geloven we nu nog niet, maar het gebeurt toch. We wisten in 1999 ook niet dat we iedere dag naar een groep volslagen vreemden wilden kijken die opgesloten zaten in een huis. En talentenshows hadden we eigenlijk ook wel gezien, dachten we.
John de Mol is Steve Jobs. Ook zo’n man die z’n aanbod nooit op de markt afstemde, maar gewoon een nieuwe markt creëerde voor zijn aanbod. Big Brother is een iPod en the Voice is een iPhone. In 2013 kijken we eredivisie op SBS. Maar hoe en waarmee? Dat weten alleen John en zijn collega-tovenaars bij Apple. Stiekem hoopt zijn vrouw dat het mislukt. Grapjes met 1 bal zijn makkelijker dan met 10.
