Tag archief: mark rutte

Crisis bestaat niet

13 apr

We moeten van Mark Rutte stoppen met somberen. Hij begrijpt dat Nederlanders zich zorgen maken in deze crisistijd, maar de meeste mensen hebben het nog altijd goed. Aldus de immer goedlachse Mark Rutte. Hij bedoelt het natuurlijk goed. Positief denken is nooit verkeerd. Maar het komt er een beetje lullig uit als Mark het zegt. Meneer is nota bene zelf eindverantwoordelijk voor dit zwalkende land. Rutte is een dierentuinoppasser die de hokken van alle wilde dieren openzet en vervolgens zegt: ‘maak je geen zorgen mensen, gewoon blijven lachen’.

Ik blijf zelf wel lachen. Al heb ik nog nooit eerder zo op mijn uitgavenpatroon gelet als nu. We kiezen dit jaar voor een goedkope vakantie, zijn vaste klant bij de Aldi en hebben onze dure Zafira ingeruild voor een klein zuinig kutautootje. Verder staan alle eigen risico’s op maximaal om de premies te drukken, knipt mijn vrouw mijn haar en sta ik regelmatig in de grijze container te stampen om er meer afval in kwijt te kunnen. Zou Mark dat wel eens doen? Met zijn lakschoentjes het afval aanstampen?

De bezuinigingsoperatie in huize Evers werpt trouwens wel zijn vruchten af. Uit een zeer strak bijgehouden administratie blijkt dat we in het eerste kwartaal van dit jaar ruim drieduizend (!!) euro minder hebben uitgegeven dan in de eerste drie maanden vorig jaar. We rekenen ons echter niet rijk, want het huis staat dik onder water, de belastingdienst wil de kinderopvangtoeslag terug en onze banen zijn onzekerder dan ooit. Maar ik blijf lachen hoor Mark. Alleen is dat niet omdat jij dat wilt, maar omdat we met twee gezonde, vrolijke kinderen schathemeltjerijk zijn.

Toen ik zelf zo oud was als mijn zoon nu, was het ook geen gemakkelijke tijd in Nederland. Ik heb daar vroeger helemaal niets van gemerkt. Eén van mijn allermooiste jeugdherinneringen was dat mijn vader met ons meeging naar het Drostenkamp, een parkje in de buurt. Daar gingen we met een tennisbal en twee door hem zelfgemaakte houten knuppels over slaan. Misschien stond mijn vader ook wel wekelijks de vuilniszakken aan te stampen, maar ik herinner me alleen het slagballen in het park. Iets leukers bestond er niet op de wereld.

Vanmiddag ga ik met mijn zoontje voetballen in het parkje bij ons in de buurt. Als hij later een zoon heeft van zes, hoop ik dat hij zich deze dag herinnert. Dat hij op een zondagmiddag de financiële administratie doet en zich afvraagt of zijn ouders zich in 2013 ook wel eens zorgen maakten over geld. Hij denkt en denkt, maar komt er niet achter. Hij weet alleen nog het voetballen in het park. Eén van zijn allermooiste jeugdherinneringen.

Multimiljonair

10 nov

Gisteravond zat ik met mijn dochter op de bank. We lagen eigenlijk meer. Ze lag in mijn armen en we hadden een lekker zacht kleed over ons heen getrokken. De houtkachel knisperde en we keken Dora. Lekker met ons tweetjes, want mijn vrouw was met mijn zoon naar zwemles. Op de achtergrond het geluid van de vaatwasser die de laatste verjaardagsafwas schoonspoelde. Het was een drukke dag, maar het huis toonde geen sporen meer van acht uur verjaardagsvisite.

Dora kijken was genieten. Het meisje met haar aapje maakte zich vooral zorgen of ze de brug wel overkwamen. Er werd niet gesproken over nivellering, koopkracht of zorgpremie. Dora heeft nog nooit van Rutte en Samsom gehoord. Ik keek naar mijn dochter die ontspannen lag te kijken en drukte haar wat dichter tegen me aan. Ze had een fantastische verjaardag gehad. Op de keukentafel lagen haar cadeautjes nog uitgestald; een roze gloed vulde de ruimte.

Dolblij was ze met het roze fietsmandje van Opi. Daar kon haar onzichtbare konijntje in als ze ging fietsen. Dansend ging ze door de kamer toen rond het middaguur de postbode kwam. Tien kaartjes speciaal voor haar. En allemaal kregen ze evenveel aandacht toen haar broer ze probeerde voor te lezen. Voor een kind is een postbezorger belangrijker dan een minister-president. Ik zie ook duidelijke verschillen. De postbode leegt zijn eigen zak, de mp leegt onze zakken.

Ik heb haar gisteravond zo lang mogelijk op gehouden. Zolang Dora op stond, werd ik namelijk niet geconfronteerd met Peppie en Kokkie in Den Haag. Mannen die zich wekenlang opsluiten om een regeerakkoord te schrijven, dat plan vol trots presenteren en het vervolgens vol schaamte weer moeten aanpassen. Ik wil ook helemaal niet horen hoeveel ik er volgend jaar op achteruit ga. Het interesseert me geen reet, want ik heb mijn dochter in mijn armen. Ik ben multimiljonair.

Yvon bezoekt lijsttrekkers

8 sep

“Dag Emile. Wat een prachtige tomaten.”
“Ha Yvon, ja mooi hè. De oogst is goed dit jaar.”
“En ik heb nog meer goed nieuws voor je.”
“Vertel.”
“Je hebt 24 brieven.”
“Wauw. Daar ben ik even stil van zeg. Dat is een fantastisch resultaat.”
“Je hebt er ook wel eens 34 gehad toch?”
“Jaa dat wel, maar 24 is prachtig hoor.”
“Er zit ook een Engelse bij. Kun je die lezen?”
“Haha, ik laat me niet gek maken hoor. Ik ben vroeger leraar geweest in Boxmeer.”
“Gelukkig. Nou succes met de selectie. Zoek tien leuke dames uit.”
“Doe ik Yvon. Houdoe en bedankt.”

“Hé Mark!”
“Yvon, leuk dat je er bent.”
“Dank je. En ik heb nogal wat bij me.”
“Ik zie het. Hoeveel brieven zijn dat wel niet?”
“32 Mark. Het meeste van allemaal.”
“Echt? Fantastisch. Hahaha.”
“Zullen we er eens een paar bekijken? Welke vind je leuk?”
“Tja, ik weet niet. Ze zijn allemaal leuk. Hahaha.”
“Heb je ooit een vriendin gehad?”
“Nou, wel eens scharrels, maar geen vaste relatie, hahaha.”
“Je bent toch geen homo Mark.”
“Hahaha, welnee zeg. Ik heb gewoon weinig tijd. Hahaha.”
“Niet liegen Mark.”
“Nee nee. Hahaha.”
“Ik hoop dat je hier wel tijd voor maakt, want je zit in het programma. Je mag tien vrouwen selecteren. Zet maar vast wat logeerbedden klaar in het torentje.”
“Hahaha. Doe ik. Tot snel Yvon.”

“Marianne? Marianne? MA-RI-AN-NE?”
“Jaja, sorry, ik hoorde je niet.”
“Nee, vind je het gek. Wat een beestenboel hier zeg.”
“Ja tuurlijk, je bent boerin of je bent het niet.”
“Ja maar hier lopen wel erg veel dieren hoor.”
“Mooi hè. En ze zijn me allemaal even lief.”
“Ik zie het. Wat een luxe stallen zeg. Dat kost een boel geld zeker?”
“Ach, mijn man heeft wat subsidies geregeld.”
“Tuurlijk. Enne… efficiënt is het allemaal ook niet hè. Er kunnen toch veel meer varkens in zo’n stal?”
“Dat kan, maar ik geef ze graag de ruimte. Zeg, heb je nog brieven voor me?”
“Ja. Er hebben drie hengsten interesse getoond.”
“Oké. Leuk.”
“Je zit helaas niet in het programma, maar bel gerust je drie schrijvers.”
“Doe ik, dag Yvon, tot ziens bij de reünie.”

“Hallo Geert.”
“Yvon, goed je te zien.”
“Ja? Vind je? Ik ben wel eens hartelijker ontvangen.”
“Hoezo?”
“Nou, ik werd twee keer gefouilleerd bij het hek en ze hebben mijn hele bus binnenstebuiten gekeerd.”
“Ja sorry Yvon, veiligheidsregels.”
“Het is niet helemaal de bedoeling van het programma. Twee mannen hebben trouwens meteen jouw 18 brieven meegenomen. Waarom is dat?”
“Die vrouwen worden allemaal gescreend Yvon.”
“Waarom Geert? Waarop?”
“Op hoofddoekjes, op eurofielie, op voorliefde voor Griekenland, zulk soort dingen.”
“Je bent een vreemde snuiter Geert. En wat ben je bruin trouwens.”
“Ja hè, ik ben in Griekenland geweest en heb daar lekker twee weken lang alles betaald met mijn eigen honderdguldenbriefjes. Ze namen het nog aan ook. Armoedzaaiers.”
“Sterk verhaal Geert. Maar welkom in het programma. Je zit bij de top vijf.”
“Heerlijk, straks twee vrouwtjes in bed met kereltje Wilders in het midden.”
“Dag Geert.”

“Diederik, wat lief. Een roos.”
“Natuurlijk, ik heb toch een rozenkwekerij.”
“Och ja, ik zie het. Wat een rozen zeg.”
“Rozen zijn prachtig. En iedereen, mevrouw Jaspers, zal dat met mij eens zijn.”
“Ongetwijfeld. Zeg Diederik, je bent populair hè?”
“In de peilingen gaat het goed.”
“Wat een diplomatiek antwoord. Ik heb ook veel brieven voor je.”
“Heel fijn, maar het gaat niet om mij hè. Ik wil een sterk en sociaal Nederland.”
“Nou doe je het weer Diederik. Het gaat wel om jou. Ik heb 31 brieven voor je.”
“Wat is dat voor gekras op sommige enveloppen?”
“Volgens mij waren die brieven eerst gericht aan Emile, maar dat is doorgekrast.”
“Top. Hey, ik ga samen met mijn kinderen alles bekijken. Had ik al verteld dat Benthe een handicap heeft? En dat ze onlangs haar zwemdiploma heeft gehaald?”
“Ja dat weten we. Tot snel Diederik.”

“Mevrouw Jaspers?”
“Ja, met wie spreek ik?”
“Met Jolande Sap.”
“Zegt me niets.”
“Tuurlijk wel. Jolande Sap… van GroenLinks.”
“Oh ja. Wat kan ik voor je doen?”
“Waarom ben je niet bij mij langs geweest?”
“Oeps sorry, vergeten. Maar trek het je niet aan. Niemand heeft het in de gaten.”

Iedereen wil in de bouwhoek

28 apr

“Juffrouw, wanneer mag ik in de bouwhoek?”

“Nog niet Jan Kees, Mark is nog bezig.”

“Maar Mark zit al heeeel lang met Geert en Maxime in de bouwhoek, ik wil nou in de bouwhoek. Mag ik morgen in de bouwhoek?”

“Kun je rekenen Jan Kees? Reken er dan maar niet op.”

“Ik kan heel goed rekenen juf, ik wil morgen in de bouwhoek.”

[morgen]

“Bleeeeeeehhhhhhh!”

“Wat is er Mark?”

“Geert heeft alle blokken omgegooid juf, alles wat we gebouwd hebben is stuk.”

“Dan gaan jullie nu maar lekker wat anders doen. Jan Kees, jij mag in de bouwhoek. Geert jij krijgt straf. Jongens, niet met Geert praten, Geert heeft straf.”

“Bleeeeeeeehhhhhhh!”

“Wat is er nu weer Mark?”

“Nog niet alles is kapot en nu maakt Jan Kees ons mooie bouwwerk helemaal zelf af.”

“Ga het dan maar samen afbouwen, wie wil er nog meer in de bouwhoek jongens? Arie, Alexander, toe maar jongens.”

“Mag ik ook juf?”

“Maar jij ben toch met poppen aan het spelen Jolande?”

“Ja, maar ik wil ook wel een keertje in de bouwhoek. En mag Diederik ook mee?”

“Diederik wil niet mee doen, die houdt niet van bouwen.”

“Bleeeeeehhhhhhhh!”

“Wat is er Geert?”

“Iedereen negeert mij.”

“Dat moet ook, je hebt straf. Ga maar met Hero praten, die is ook alleen.”

“Ik wil niet met Hero praten.”

“Ik wil ook niet meer Geert praten.”

“Dan niet jongens, ga maar lekker knutselen.”

“Juf?”

“Ja Mark.”

“Mag dit bouwwerk na de vakantie ook nog blijven staan?”

“Nee, dan mogen andere kindjes weer in de bouwhoek.”

“Maar we hebben dit heel snel en stevig met ons vijven opgebouwd en iedereen vindt het mooi.”

“Dat maakt niet uit, na de vakantie breken we het af en bouwen andere kindjes weer iets anders. Dat zijn nou eenmaal de regels.”

“Mag ik dan juf? Ik ben al heeeeeel lang niet in de bouwhoek geweest.”

“Dat zien we dan wel Emile, dat zien we dan wel.”

Bellen met Bill

24 mrt

[ondertussen... in het Catshuis]

“Jongens, jullie raden nooit wie ik net aan de telefoon had?”

“Frits Wester?”

“Mis… Bill Gates.”

De Bill Gates?”

“Jazeker Maxime, de enige echte. Hij wil graag de gulden terug.”

“Echt?”

“Nee grapje Geert. Hij vroeg ons niet teveel te bezuinigen op ontwikkelingshulp.”

“Ja, daag. Laat Oom Dagobert lekker zelf zijn geld naar Afrika brengen.”

“Dat doet ie al Geert. En daar ziet hij dus dat ons geld hartstikke goed besteed wordt.”

“Aan het bouwen van nieuwe bodemloze putten zeker. Hou toch op man.”

“Geert, je zegt zomaar wat. Weet je hoeveel levens we daar redden met AIDS-medicijnen?”

“Mijn moeder zegt altijd ‘voorkomen is beter dan genezen’. Ze neuken daar als konijnen en wij mogen het weer oplossen.”

“Geert doe normaal. Dat kun je niet zeggen.”

“Doe zelf normaal. Als er weer zoveel geld naar ontwikkelingssamenwerking gaat, trekt de PVV de stekker uit dit kabinet.”

“Dat is de tekst van mevrouw Sap.”

“Bemoei je er niet mee Maxime, ik ben die weldoenerij echt zat. We hebben in Nederland onze eigen problemen. Wat heb je tegen Gates gezegd Mark?”

“Gewoon, dat ik het met jullie zou bespreken.”

“Nou, mijn standpunt ken je. Wat denk jij Maxime?”

“Ik zat te denken aan die reclame van Sanibroyeur. Zouden er echt mensen zijn die zo’n ding hebben?”

“Wat heeft dat ermee te maken?”

“Niets, maar het schoot me te binnen. Zullen we eerst een rookpauze doen?”

“Goed plan.”

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 62 other followers

%d bloggers like this: