Ik ben een weekendje weg met de kameraden. Mannenweekend. Als je dit op zaterdag leest, zit ik op een quad of een mountainbike in de Ardennen. Met laarzen, een winterjas en een regenpak. Mijn vrienden zijn boos op mij omdat ik ze met een slaapzak op de grond heb laten slapen. Hun piemel is in de nacht van vrijdag op zaterdag bevroren.
Ons mannenweekend wordt elk jaar door een ander georganiseerd. Het mooiste is om het zo lang mogelijk geheim te houden. Dit jaar was het mijn beurt. Toen de datum op eind mei uitkwam, droomde ik meteen van een zonnige camping. Samen ontbijten onder de luifel van mijn vouwwagen en in de middag een potje flesjesvoetbal. Of lekker hangen bij het buitenzwembad. Toen ik in december de website van Panoramacamping Petite Suisse bekeek, liep het kwijl in kleine stroompjes uit mijn mondhoeken.
In mei is het altijd lekker weer. De afgelopen drie jaar was mei zelfs de lekkerste maand van het jaar. Misschien hoeven we niet eens kleding mee te nemen. Alleen slippertjes en een zwembroek. Net als op zomervakantie. Waarom zou je in augustus naar Chersonissos gaan, als je in mei naar de Ardennen kunt. Mijn idee was briljant. Mijn vrienden zouden me het volledige weekend op handen dragen. In eerdere jaren hadden zij huisjes geregeld in Giethoorn, Volendam, Eindhoven en meer van die laffe locaties. Ik noem het een gebrek aan originaliteit.
De mannenweekendjes zijn de afgelopen vijftien jaar flink geëvolueerd. Het draait niet meer alleen om drinken. Zoals die keer dat we een drankspelletje deden. Ingrediënten: acht keurige jongens, twee dobbelstenen en veel sterke drank. We waren leuk aan het dobbelen en ineens werd ik wakker. Op mijn onopgemaakte bed, in spijkerbroek. Ik had één contactlens in. Alle flessen drank waren leeg en mijn vrienden lagen bezaaid door het huisje. Later hebben ze daar nog een film over gemaakt. Alleen bij ons was er geen tijger in de badkamer.
Terug naar mijn briljante idee. Geen zuippartijen meer in huisjes nu, maar sportief de natuur in. Tien dagen vantevoren besloot ik alles uit de doeken te doen. Ik keek nog snel even op weeronline.nl en zag een zonnetje en twintig graden. Toen wel. Mijn mail aan de jongens eindigde dan ook met: ‘neem je zwembroek mee!’. En wat waren ze enthousiast. Kamperen in een vouwwagen. Het beste idee van Nederland. Niets kon nu nog mis gaan. Ik besloot het campingwinkeltje nog even te bellen of ze ook luchtbedden hebben voor in het zwembad. “Opblaaskrokodillen zegt u? Ook plezant. Leg er maar acht klaar.”
Misschien mag ik het weekendje nooit meer regelen. Ze zijn allemaal kwaad op mij. Woest. Ik had toch na kunnen gaan dat het eind mei hagelt, nattesneeuwt en ‘s nachts vriest. Hoe ik het in mijn hoofd kon halen om in het staartje van de lente te gaan kamperen. Wat er mis was met een gewoon huisje. Met een bank en een televisie. Ik moest zonodig iets bijzonders doen. Vanavond gaan we niet eens uit. Niet omdat er in de Ardennen geen fatsoenlijk uitgaansleven is, maar omdat we met een bevroren piemel niet weg kunnen. Sorry jongens.
